Is dit klinisch onderzoek
geschikt voor u?

Inzicht krijgen in diastolisch hartfalen

Diastolisch hartfalen treedt op wanneer de spieren van het hart stijver dan normaal zijn en zich niet normaal kunnen ontspannen; daardoor raakt de linkerkant van het hart mogelijk niet even gemakkelijk met bloed gevuld. Dat houdt in dat de druk in de linkerhartkamers en de longen toeneemt. Mensen met diastolisch hartfalen hebben ademhalingsproblemen, met name tijdens activiteiten, en hebben vaak problemen met eenvoudige dagelijkse activiteiten, waardoor hun kwaliteit van leven drastisch afneemt. Medicijnen die doeltreffend zijn voor het behandelen van het andere type hartfalen werken vaak niet goed voor diastolisch hartfalen en de mogelijkheden om dit te behandelen zijn momenteel zeer beperkt.

Wat is het IASD®-systeem II?

Het IASD-systeem II is een niet-chirurgisch medisch hulpmiddel dat dient om de druk in het hart te verminderen met behulp van een implantaat dat bloed tussen de linker- en rechterboezem (de bovenste kamers van het hart) laat stromen. Daardoor neemt de verhoogde druk in de linkerboezem, die bijdraagt tot de symptomen van diastolisch hartfalen, mogelijk af.

Het IASD-systeem II wordt door een interventiecardioloog geplaatst door middel van een minimaal invasieve standaardingreep. Tijdens de ingreep wordt een katheter gebruikt om een zeer kleine opening in de hartwand tussen de linker- en rechterboezem te maken om de plaatsing van het implantaat mogelijk te maken. Het implantaat wordt vervolgens in de opening geplaatst om deze in de loop van de tijd open te houden. Dankzij het implantaat kan het bloed van de linkerzijde met hoge druk naar de rechterzijde met lage druk stromen. Daardoor neemt de druk in de linkerboezem, die bijdraagt tot de symptomen van hartfalen, af.

Het IASD-systeem II is momenteel uitsluitend verkrijgbaar via klinische onderzoeken. Lees meer over het onderzoek en ga na of u mogelijk in aanmerking komt. Leer hier over de risico’s en voordelen van het IASD-systeem II.

De tekenen en symptomen van hartfalen kunnen al dan niet verbeteren. Mogelijke voordelen voor mensen bij wie het onderzoekshulpmiddel is geïmplanteerd, zijn onder meer:

  • vermindering van de kortademigheid
  • vermindering van het aantal ziekenhuisopnamen en/of dagen in het ziekenhuis
  • vermindering van het aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp
  • vermindering van de medicatie
  • verbetering van de inspanningstolerantie
  • verbetering van de kwaliteit van leven

De risico’s die met deze ingreep gepaard gaan, zijn wellicht vergelijkbaar met de risico’s van standaardhartkatheterisatie waarbij vergelijkbare hulpmiddelen permanent op de wand van het atriumseptum worden geïmplanteerd. Deze mogelijke risico’s komen zelden voor. Interventiecardiologen en andere medewerkers van hartkatheterisatiekamers zijn goed opgeleid in het beheersen en verminderen van de kans op risico’s van de ingreep. Mogelijke risico’s als gevolg van de implantatie zijn onder meer:

  • ongewenste reactie op de kleurstof
  • allergische reactie op het implantaat
  • apneu
  • hartritmestoornissen
  • bloeding, met mogelijke noodzaak tot bloedtransfusie
  • bloedstolsel
  • hartstilstand
  • hartperforatie als gevolg van de transseptale punctie
  • overlijden
  • verminderd hartminuutvolume
  • verkeerde plaatsing van het hulpmiddel of noodzaak tot onvoorziene verwijdering van het hulpmiddel
  • embolisatie van het hulpmiddel, geheel of gedeeltelijk
  • breuk of verlies van de structurele integriteit van het hulpmiddel
  • endocarditis
  • koorts
  • hematoom op de toegangsplaats
  • hemolyse
  • hypotensie/hypertensie
  • onjuiste of verkeerde plaatsing van het hulpmiddel*
  • infectie, met inbegrip van sepsis
  • zenuwbeschadiging op de toegangsplaats in de dijader
  • pericardtamponnade
  • perforatie van het bloedvat of het myocard
  • vochtophoping in de pleura of het pericard
  • pseudo-aneurysma op de toegangsplaats
  • nierfalen
  • systemische embolisatie (lucht, weefsel of trombus)
  • trombose of trombusvorming op het hulpmiddel
  • verergering van hartfalen

* kan een onvoorziene verwijdering van het hulpmiddel noodzakelijk maken